VMware stelt twee nieuwe producten voor: vCenter Appspeed dat de performantie van applicaties meet en vCenter Chargeback, dat de werkelijke kosten per virtuele machine berekent.

VMwares nieuwe vCenter Appspeed meet hoe vlot applicaties in een virtuele omgeving draaien. Blijkt dat ze te weinig rekenkracht of geheugen krijgen, dan kan Appspeed een tandje bijsteken.

vCenter is een virtuele appliance. Er wordt dus niet, zoals bij een gewone appliance, een server met één toepassing in het datacenter bijgezet. Er wordt dus enkel een virtuele machine geïnstalleerd met vCenter.

Om veel genot te hebben van vCenter, is logischerwijs ook nog een hoop ESX-servers nodig en een Virtualcenter Management-server.

Ken de kosten
Tweede nieuwigheid die VMware voorstelt, is Chargeback. Daarmee kan de beheerder van een datacenter zien hoeveel zijn klanten verbruiken.

?Vroeger werd de kost vaak per fysieke machine berekend. Later werden dat prijzen per virtuele machine. Maar vaak moest men daarbij op voorhand vastleggen hoeveel rekenkracht en geheugen er nodig is. Dat was niet echt flexibel?, zegt Martin Niemer, EMEA product marketing manager bij VMware.

Met Chargeback kan dus afgerekend worden voor het effectieve gebruik van een processor. VMware richt zich met het product zowel op hosters als op IT-afdelingen die de kosten aan hun interne klanten doorrekenen.

Goedkope concurrentie?
In deze economisch moeilijke tijden blijft VMware dus met vrij prijzige producten komen: Appspeed kost 1250 dollar per processor en Chargeback 750 dollar. Dat terwijl concurrent Microsoft een gratis hypervisor op de markt brengt.

?Als je de totale kost bekijkt, is VMware nog het goedkoopst?, zegt Martin Niemer. ?Wij krijgen meer virtuele machines op een fysieke server. Dat is goedkoper. VMware heeft trouwens meer functionaliteiten. Zo kun je er bij ons foutentolerantie bij nemen. Zelfs al stopt een stuk hardware ermee, de applicatie erop blijft doordraaien. Als bedrijven daar een waarde in zien, dan gaan ze erin investeren.?